Bouwer in de kijker: Schwarzkopf

Schwarzkopf één van de meest bekende en begeerde namen onder de pretparkfans. Anton Schwarzkopf Junior nam in 1955 het bedrijf over van zijn ouders, die wagens bouwden voor kermisexploitanten.

In 1955 bouwde hij zijn eerste attractie de “Düsenspirale” voor het kermisbedrijf Löffelhardt. Dit werd geen denderend succes omdat het bouwwerk zo groot en complex werd dat het tot 1957 zou duren voordat hij zijn eerste rit kon maken.

In 1964 bouwde hij zijn eerste echte achtbaan, “The Wildcat”. Deze baan zou lang de ruggengraat van zijn bedrijf zijn, ook werd er begonnen met de productie van onderdelen voor cementmixers, om zo een tweede bron van inkomsten te hebben.

 

 

In 1983 ging het bedrijf voor een eerste keer failliet, dit had meerdere oorzaken:

      • Een grote order uit Venezuela werd geannuleerd,
        • Van de drie bestellingen van de achtbaan van het type “Münchner Bahn ” kon er slechts één worden gemaakt,
        • De dood van zijn bankdirecteur, die het krediet verleende,
        • Te veel overuren en niet opgenomen vakantiedagen bij zijn personeel.

 

Voor zijn tweede faillissement werkte hij samen met Zierer en BHS, dit mondde uit in enkele van zijn beste achtbanen. In 1995 ging hij met pensioen. In 1996 werd hij bekroond door de Unie van de Duitse Ontwikkelaars van amusementsfaciliteiten.

Anton Schwarzkopf overleed in 2001 nadat hij al enkele jaren aan de ziekte van Parkinson leed.
Zijn zoon Wieland Schwarzkopf heeft het bedrijf overgenomen.

Schwarzkopf ligt aan de basis van de ontwikkeling van de moderne achtbaan. Hij wordt dan ook vaak “de vader van de achtbaan” genoemd.

 

Hieronder enkele achtbaanmodellen die hij ontwikkelde.

Wildcat: In 1964 begon Schwarzkopf met het aanbieden van achtbanen voor zowel attractieparken als foorkramers. Hij ontwierp een wildemuis-achtbaan met kettingoptakeling die hij beschikbaar stelde in drie verschillende formaten: de Wildcat. Van de Wildcat zijn in totaal 28 exemplaren verkocht.

 

Jetstar: Vervolgens startte Schwarzkopf in 1968 met de bouw van de Jet Star-reeks. Deze attractie bestond ook uit afzonderlijke wagentjes, maar ze werden aan elkaar bevestigd. In 1970 gebruikte hij op zijn Jet Star II voor het eerst een elektrische spiraallift. Vanaf 1971 bood hij ook zijn eerste custom coasters aan, het waren aangepaste Jet Star-banen aan de eisen van de koper. Niet veel later verschenen ook Jet Star III, ook wel Jumbo Jet genoemd, en Jet 400 of City Jet, de vierde baan in deze reeks.

 

Alpenblitz: Met het ontwerpen van de Alpenblitz in 1974 werd voor het eerst een achtbaantrein gebruikt zoals we deze nu kennen. De trein bestond uit een vast aantal wagons achter elkaar en de trein kon buigen tussen de wagons. Voor die tijd was dit zeer revolutionair. De Alpenblitz echter vertoonde vele gebreken en werd grondig vernieuwd tot Alpenblitz II, waarvan 9 modellen werden verkocht. Ondertussen werd ook de Bobbahn ontwikkeld, waarvan slechts één model werd gebouwd, namelijk de Gebirgsbahn in Phantasialand.

 

Looping Star: Oorspronkelijk reed de attractie met twee treinen. Tegenwoordig mag er echter om veiligheidsredenen maar met één trein gereden worden op een dergelijke baan.Hoewel de attractie een inversie maakt, is er toch een stevige heupbeugel in plaats van de gebruikelijke schouderbeugel aanwezig, omdat er met een heupbeugel meer bewegingsvrijheid is.

 

 

Shuttle Loop: De baan bevat één inversie, een looping, die twee maal doorlopen wordt. De looping is 25 meter hoog. De achtbaantrein wordt gelanceerd in de looping, waarna hij tegen een helling oprijdt. Wanneer de trein tot stilstand komt, rolt hij achteruit nogmaals door de looping om vervolgens aan de andere kant opnieuw tegen een helling op te rijden. Wanneer de trein terug naar beneden rolt, wordt hij ten slotte in het station met remmen tot stilstand gebracht.

 

 

Schwarzkopf bouwde niet enkel achtbanen, ook familie en thrilrides stonden in de catalogus, hieronder enkele voorbeelden van de meest bekende.

 

Bayern Kurve: De berijders betreden een Bobslee treintje dat aan hoge snelheid doorheen een track met heuvel rijd. Bij het begin van de rit zit je nog rechtop, maar eens er snelheid gemaakt wordt ga je schuin hangen.

 

Calypso: De Calypso heeft een gore draaischijf met daarop vier kleinere draaischijven, elk met vier bakje. De rit begint met het ronddraaien van de grote schijf, daarna draaien de kleinere schijven in tegengestelde richting rond.

 

 

Monster: Het type monster wordt in de volksmond meestal Polyp os Octopus genoemd. Er zijn drie soorten polypen, type één gaat niet echt snel en is een echte familie attractie, de tweede gaat sneller en komt het meest voor, de derde gaat het snelst en heeft draaiende gondels. Het is een attractie met vijf of zes armen die ronddraaien en hydraulisch of mechanisch op en neer gaan. Aan die armen zitten weer vier of vijf kleinere kruizen waarop gondels zitten. Ook die kruizen draaien rond, bij sommige polypen draaien de gondels ook nog eens om hun eigen as door middel van middelpuntvliedende kracht.

 

 

Reuzenrad: Een eerder rustige attractie waarbij het panoramische zicht het belangrijkste is.

 

© Bob Van Dyck

 

Schuttle Boat: De schuttle boot was, in tegenstelling tot alle andere schommelschepen, gemonteerd op een rail. Aangedreven dor wielen bewoog het schip op en neer over de rail die een hellingsgraad van 180° had.

 

Enterprise: Een Enterprise is een grote schijf waarbij aan de omtrek gondels hangen voor 1 à 2 personen. Bij het begin van de rit gaat de schijf zo hard draaien dat de gondels op bijna 90° hangen. Vervolgens tilt een arm de schijf op tot deze zelf op circa 90° staat.

 

 

Flume Ride: De klassieke boomstammetjes. Hier vaar je door een geul en ga je een lifthill op, waarna je met een hoge snelheid en een grote splash weer in het water komt.

 

 

Apollo: Van de Apollo zijn er twee types De Apollo 14 had enkele armen met ronddraaiende capsules die omhoog en omlaag gingen waarin twee personen konden plaatsnemen. De Zweef Apollo heeft in tegenstelling tot de armen met aan kettingen gemonteerde stoeltjes.

 

 

 

Artikel: Bob Van Dyck

Foto’s: Bob Van Dyck

Bronnen: Wikipedia, RCDB, Schwarzkopfcoastern