In de kijker: Het Efteling Sprookjesbos – Pinokkio

Iedereen die in de Efteling is geweest kent ongetwijfeld het Sprookjesbos. Dit beboste parkgedeelte (Het Marerijk) maakt al onderdeel uit van het park sinds het ontstaan ervan. De allereerste sprookjes, ontworpen door Anton Pieck en Peter Reijnders, openden op 13 mei 1952. Ze vormden de basis voor het succes dat de Efteling sindsdien kent. Alle sprookjes (of scenes eruit) worden uitgebeeld in een tafereeltje in openlucht. Dit gebeurt aan de hand van animatronics, projecties, beelden of fonteinen. Door de luidsprekers klinkt het volledige sprookje. In deze “In de kijker: het Efteling sprookjesbos”, nemen we dit speciale gebied onder de loep. De komende woensdagen wordt er een sprookje toegelicht.

 

Pinokkio (2016):
Pinokkio deed vorig jaar zijn intrede als 29ste sprookje in dit bos.

Verhaal :

Er was eens een arme timmerman. Op een zekere dag was hij bezig met het bewerken van een aantal stukken hout. Het laatste stukje hout dat hij die dag bewerkte bleek vreemd te zijn. Telkens de timmerman het in stukken wou zagen, was er een kreunend geluid te horen. De timmerman schrok ervan en besloot het niet meer te gebruiken.

Hij gaf het stuk hout aan zijn vriend Gepetto, een Italiaanse schoenlapper, die uit dit merkwaardige stuk hout een volledige pop sneed. Hij bedacht tevens een naam voor de pop en besloot hem Pinokkio te noemen. Dat vond hij wel een mooie naam.

Op het moment dat Gepetto de neus sneed, werd die telkens langer. Hoe vaak de schoenlapper hem ook opnieuw op maat probeerde te snijden, het bleef gewoon een lange neus. Toen hij de pop afwerkte, hoorde hij plotseling een stem die jammerend riep: “Au! Au! dat doet pijn!” Tot zijn stomme verbazing zag Gepetto dat het hout leefde.

De pop stak zijn tong naar hem uit. Zodra Gepetto de handen van Pinokkio gesneden had, rukte de pop de pruik van het hoofd van de arme Gepetto. Met zijn pas gesneden voetjes gaf hij hem een stevige schop. Met tranen in zijn ogen riep Gepetto tegen de pop: “Je bent nog niet eens klaar en nu al heb je geen eerbied voor je vader!”

Gepetto zette Pinokkio overeind en wilde hem voorzichtig leren lopen. Maar zodra Pinokkio rechtop stond, begon hij door de werkplaats te rennen. Gepetto liep hem achterna, terwijl de pop de straat opliept. Gelukkig kon de agent hem tijdig pakken.
Zodra ze weer thuis waren, en het gehele voorval vergeten was, maakte Gepetto voor Pinokkio een een paar schoenen en een kostuum. De pop was dolblij en vloog zijn vader om de hals. “Ik wil graag naar school!” riep hij. “Dan word ik heel slim en dan kan ik u helpen als u ouder wordt, vader!”

Gepetto antwoorde vol ontroering. “Dat vind ik lief van je,” zei hij, “maar ik heb helaas niet genoeg geld.” Gepetto trok naar de markt, verkocht zijn jas en kwam terug met een leerboekje.

Toen Pinokkio de volgende dag onderweg was naar school, werd zijn aandacht getrokken door een grote Marionettenvoorstelling.
Om toegang te krijgen tot dit evenement, diende je een kaartje te kopen. Pinokkio verkocht zijn leerboekje en kocht met het verdiende geld een ticketje.

Eenmaal binnen werd hij door de andere marionetten, die op het podium zaten, aangesproken. De poppen maakten echter zo veel lawaai dat de omstaanders tot stilte aanmaanden. Plotseling kwam Giovanni te voorschijn, een angstaanjagend uitziende marionettenspeler.
Hij was niet echt opgezet met het kabaal en nam Pinokkio mee naar zijn huis.

Hij besloot hem als straf te gebruiken als brandhout! Pinokkio begon heel hard te huilen en riep smekend: “Papa, help me, ik wil niet dood!” Toen Giovanni de jongen om zijn vader hoorde roepen, vroeg hij verbaasd: “Zijn je ouders nog in leven?”

“Mijn arme vader wel” zei Pinokkio zachtjes. Toen smolt het hart van de grote marionettenspeler en omdat hij zo medelijden met de pop kreeg, gaf hij Pinokkio wat geld mee voor de arme Gepetto.
Pinokkio bedankte Giovanni en ging terug op naar huis, toen hij een halfblinde kat en een kreupele vos tegenkwam. Het viel dit geslepen duo onmiddellijk op dat Pinokkio geld bij zich had. Dat zouden ze wel willen hebben en daarom bedachten ze snel een gewiekst plan. Ze riepen Pinokkio bij zich en vertelden hem een fictief verhaal over een magische wei waar geld groeide wanneer je het daar plantte. De goedgelovige pop besloot om diezelfde avond op zoek te gaan naar deze bijzondere wei.

Onderweg sprongen echter twee gemaskerde bandieten voor hem op het bospad. “Je geld of je leven!” schreeuwden ze. Pinokkio had de munten onder zijn tong verstopt, dus hij kon geen woord meer uitbrengen. Wat de bandieten ook deden, Pinokkio bleef zwijgen.

Natuurlijk waren de gemaskerde bandieten niemand anders dan de sluwe vos en de geslepen kat. Ze hingen Pinokkio aan een boom totdat hij het duo vertelde waar hij zijn geld had verstopt.
In de buurt van de boom woonde een fee die alles had gehoord. Ze kreeg medelijden met de pop en klapte driemaal in haar handen. Plots verschenen er een havik en een hond vanuit het niets. Ze snelden Pinokkio onmiddellijk te hulp en wisten hem te bevrijden.
De hond vervoerde de pop naar het kasteel.

In het kasteel ontmoette Pinokkio dokter Kraai, dokter Uil en dokter Krekel. Deze geleerden maakten voor Pinokkio een bitter drankje, waardoor hij snel genas.

Toen de fee vroeg waar de gouden munten gebleven waren, antwoordde Pinokkio dat hij ze verloren was, hoewel ze in zijn broekzak zaten. Plots begon Pinokkio’s neus te groeien. De fee lachtte omdat ze begreep dat hij loog. De pop begon opnieuw te huilen en de fee kreeg opnieuw medelijden. Ze klapte weer in haar handen en even later verscheen er een zwerm spechten die zijn neus terugbrachten tot zijn normale lengte.

“En nu niet meer liegen, denk erom,” waarschuwde de fee, “anders begint je neus opnieuw te groeien. Ga naar huis en neem de munten mee voor je vader!”

Onderweg naar huis kwam hij de kat en de vos weer tegen. Hij liet zich ompraten door de twee sluwe vossen om zijn munten te begraven in de magische wei.
Uiteraard waren de munten de volgende ochtend verdwenen. De kat en de vos hadden hun slag thuis gehaald.

Zonder munten vervolgde Pinokkio zijn weg naar huis. Dit keer kwam hij Carlo tegen, de grootste luilak van de klas.

“Waarom ga je niet met me mee naar Speelgoedland?” riep hij tegen Pinokkio. “Daar hoeft nooit iemand iets te leren of huiswerk te maken. Je kunt er de hele dag spelen!”

De pop was direct enthousiast en ging met hem mee. In Speelgoedland amuseerden ze zich kostelijk. Samen met Carlo spendeerden ze elke dag in dit plezante land. Het plezier was echter maar van korte duur. Op een zekere ochtend werd de pop wakker met een paar lange ezelsoren.

Stilletjes aan veranderen ze allebei in een ezel.
De koetsier, die alles had gezien, verkocht beide ezels op de markt. Carlo werd verkocht aan een boer en Pinokkio aan een man uit het circus. In het circus moest Pinokkio als ezel kunstjes doen. Op een dag had Pinokkio een ongeval en kon niet meer goed lopen. De circusdirecteur besloot om hem dan maar te verkopen. Hij werd ditmaal gekocht door een eigenaardig mannetje die de ezel wou hebben voor zijn vel. Zijn nieuwe eigenaar bracht hem naar de zee, bond een dikke steen om zijn hals en een touw om zijn poten en duwde hem het water in. Terwijl de man het einde van het touw in zijn hand hield, ging hij zitten wachten tot Pinokkio verdronken was. Daarna zou hij de ezel villen.

Op de bodem van de zee snakte Pinokkio naar adem en riep de fee ter hulp.
De fee hoorde Pinokkio roepen en stuurde een enorme school vissen op hem af die al het ezelsvlees wegaten en alleen de houten Pinokkio over lieten. De vissen hesen de houten pop uit het water.

Plots dook een enorme vis op die Pinokkio naar binnen zoog.
In de maag van de vis zag hij plotseling een lichtje in de verte. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat Gepetto ook in de maag zat.

“Hoe kom jij hier terecht? “ vroeg hij aan zijn vader. “Ik was op zoek naar jou, jongen, en toen ik je niet kon vinden op het land, ben ik in een bootje gestapt en de zee opgevaren. Helaas sloeg de boot om in een storm en zo ben ik hier beland.

Toen de vis met zijn bek open sliep wist het duo te ontsnappen.
Snel zwommen ze naar het strand.

Na een lange reis kwamen Pinokkio en Gepetto ten slotte thuis. De houten pop vond werk als mandenvlechter. Hiermee verdiende hij aardig wat geld. Op een dag hoorde hij dat de fee in het ziekenhuis lag. In plaats van nieuwe kleren voor zichzelf te kopen, stuurde Pinokkio de fee het geld zodat ze het ziekenhuis kon betalen.

Als dank verscheen de fee in zijn dromen. Toen Pinokkio de volgende ochtend in de spiegel keek, zag hij dat hij een echt jongetje was geworden.

 

Bron: Efteling en Eftelpedia