
Met meer dan 600 toeristische attracties in België, vormt de sector een belangrijke pijler van het nationale toerisme, een motor voor lokale werkgelegenheid en een stevige speler in de dynamiek van elke regio.
De aangekondigde verhoging van het btw-tarief van 6 % naar 12 % heeft een grote impact.
De federaties vragen dat de inwerkingtreding ervan wordt uitgesteld tot 1 januari 2027, om een economisch, technisch en contractueel beheersbare overgang te garanderen.
Tevens vragen de federaties een blokkering op het verhogen en het invoeren van verblijfs- en andere belastingen voor attracties en musea op gemeentelijk, stedelijk, provinciaal en regionaal niveau.
De afgelopen jaren hebben exploitanten te maken gehad met een opeenstapeling van uitzonderlijke lasten: opeenvolgende loonindexeringen, algemene inflatie, stijgende energiekosten, de COVID-crisis, strengere eisen op het gebied van veiligheid, onderhoud en conformiteit.
Een verhoging van de btw kan niet worden doorgevoerd zonder het economisch evenwicht van de organisaties te verstoren en de continuïteit ervan te bedreigen.
De sector van toeristische attracties genereert duizenden niet-verplaatsbare banen, verspreid over alle regio’s van het land. Zijn vermogen om te investeren in veiligheid, onderhoud, vernieuwing van het aanbod en innovatie is de directe motor van:
Een redelijke fasering zou de sector in staat stellen deze positieve dynamiek voort te zetten.
De verhoging van het btw-tarief voor toeristische attracties vindt plaats in een Europese context waarin de meeste buurlanden verlaagde tarieven hanteren om de aantrekkelijkheid van hun cultureel en recreatief aanbod te ondersteunen.
Een groot deel van het bezoekersaantal van attracties in België bestaat echter uit lokale bezoekers en bezoekers uit de ons omringende landen, die bijzonder gevoelig zijn voor prijsvergelijkingen en snelle afwegingen maken tussen nabijgelegen bestemmingen (Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Duitsland,…).
In een sterk geïntegreerde toeristische markt, waar bezoekers gemakkelijk van het ene land naar het andere reizen, zal een belastingverschil leiden tot:
Een dergelijke fiscale asymmetrie dreigt het vermogen van België om zich te positioneren als een toegankelijke en concurrentiële toeristische bestemming op Europees niveau te verzwakken, uitgerekend op een moment dat veel landen hun toeristische strategie versterken om de groei, de werkgelegenheid en de directe bijdrage van de sector aan het BBP te ondersteunen.
Er is een permanente nood aan herinvestering, niet enkel in innovatieve belevingen en attracties om competitief te blijven, maar ook in veiligheid en onderhoud van bestaande attracties en infrastructuur, én uiteraard ook in duurzaamheid.
Deze hoge investeringen hebben een directe positieve impact op de Belgische economie.
Een plotseling onevenwicht in inkomsten en uitgaven en kosten zal een directe impact hebben op investeringsbudgetten alsook op de economie en de directe en indirecte tewerkstelling.
De tarieven voor 2026 zijn al vastgelegd en bekendgemaakt. Er zijn contracten gesloten met Belgische en buitenlandse scholen, groepen, bedrijven en touroperators, en er zijn verkopen gerealiseerd tegen het huidige tarief.
Het wijzigen van het btw-tarief op zo’n korte termijn zou leiden tot:
De federaties vragen om minimaal uitstel tot 1 januari 2027 om een coherente en duurzame uitvoering van de maatregel te garanderen, in het belang van de sector, de regio’s en de lokale werkgelegenheid.
Tevens vragen de federaties een blokkering op het verhogen en het invoeren van verblijfs- en andere belastingen voor attracties en musea op gemeentelijk, stedelijk, provinciaal en regionaal niveau.
Ze blijven volledig beschikbaar om samen met de overheden te werken aan een gecontroleerde overgang.
Vorig artikel Volgend artikel